Auteur: Berto van Egdom

  • Wat is waarheid?

    Wat is waarheid?

    Bijna tweeduizend jaar geleden werden deze woorden gesproken door Pontius Pilatus. In Johannes 18 vers 38 stelt Pilatus deze vraag aan Jezus.

    “Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid?”

    De actualiteit van deze vraag is nog nooit zo zichtbaar geweest sinds die tijd.

    Tijdens de installatie van de nieuwe gemeenteraad van Veenendaal op 1 april van dit jaar nam burgemeester Gert-Jan Kats ons mee in een beschouwing over waarheid. Hij stond stil bij een schilderij waarop Jezus voor Zijn kruisiging werd terechtgesteld en waarschuwde de nieuwe gemeenteraad voor de gevolgen van onder andere kunstmatige intelligentie. “Blijf bij de feiten, zoek de nuance en wees zorgvuldig in het wegen van informatie.” al dus een onderdeel van zijn speech.

    Nog geen halfjaar later blijkt hoe ingewikkeld dit geworden is.

    Wie heeft dit eigenlijk geschreven?

    Kunstmatige intelligentie, ook wel Artificial Intelligence (hierna AI), is inmiddels overal. Google is vervangen door ChatGPT, dat teksten schrijft, afbeeldingen maakt, e-mails verbetert en ideeën uitwerkt. Daarnaast blijkt dat in de krant en de politiek kunstmatige intelligentie ook zijn intrede heeft gedaan.

    AI Report onderzocht 252 ingezonden opiniestukken uit de Nederlandse kranten. Niet alleen van afgelopen jaar maar over een periode van vijf jaar. Daarvoor werd de AI-detector Pangram gebruikt. Van de 111 onderzochte ingezonden opiniestukken in de Volkskrant werden er 32 aangemerkt als volledig (100%) door AI geschreven. Wanneer deels door AI geschreven stukken werden meegeteld, ging het om 57 van de 111 bijdragen.

    De hoofdredacteur, Pieter Klok, reageerde door te zeggen dat de krant hiervan was geschrokken. De Volkskrant had auteurs namelijk expliciet gevraagd geen generatieve AI te gebruiken bij het maken van opiniestukken, met uitzondering van bijvoorbeeld spellingcontrole. Tegelijkertijd merkte hij op dat AI-detectiesoftware niet waterdicht is en volgens hem nooit honderd procent zekerheid kan bieden.

    Dat laatste is belangrijk. Want kort daarna gebruikte de Volkskrant zélf hetzelfde programma voor een onderzoek naar het gebruik van AI door premier Rob Jetten en zijn partij D66.

    De krant analyseerde een kleine 2.000 berichten die sinds 2021 op verschillende kanalen waren gepubliceerd. Volgens Pangram waren minstens 232 berichten met behulp van een AI-model geschreven. 68 vanaf persoonlijke accounts van Jetten en 164 vanaf D66-accounts. Het ging niet alleen om algemene politieke zaken, maar ook om onder andere Oekraïne, MH17 en andere gevoelige onderwerpen. D66 heeft aangegeven AI als hulpmiddel te gebruiken en dat mensen verantwoordelijk blijven voor wat er wordt gepubliceerd. Daar kun je verschillend naar kijken.

    Is het een probleem wanneer een politicus AI gebruikt om een boodschap te verduidelijken? Waarschijnlijk zullen mensen daar verschillend over denken. Maar wat als een persoonlijk bericht door een taalmodel wordt geschreven? Wanneer iemand schrijft dat iets hem emotioneel raakt, willen we dan weten of die woorden werkelijk uit zijn eigen gedachten komen? En waar ligt eigenlijk de grens?

    Ook de Tweede Kamer

    Die vragen beperken zich inmiddels niet meer tot online uitingen.

    Deze week onderzocht de NOS ongeveer 2.500 documenten met in totaal ruim 28.000 Kamervragen. Hier werd wederom Pangram gebruikt. Volgens het onderzoek bevat ongeveer een kwart van de documenten met Kamervragen AI-inhoud. In het afgelopen halfjaar lag dat percentage op 26 procent, tegenover 17 procent in het halfjaar daarvoor.

    Dat betekent overigens niet automatisch dat AI ook heeft bedacht welke vragen gesteld werden. En precies dat is interessant.

    Een Kamerlid zal een dossier zelf bestuderen, bepalen welke politieke vragen hij wil stellen en dan pas AI gebruiken om het geheel te optimaliseren. Maar hij kan ook een document uploaden en AI vragen om meerdere Kamervragen te bedenken. In beide gevallen kan Pangram AI herkennen. Maar de rol van de mens daarbij is heel anders. Wie heeft er controle gehad over het denkproces van de vragen?

    De NOS gaf aan dit dilemma te herkennen. De omroep besloot niet te publiceren welk individueel Kamerlid volgens Pangram het meest AI zou gebruiken. Op individueel niveau bestaat immers het risico op foutpositieven binnen dit programma. Een deskundige verwoordde het in het NOS-onderzoek treffend: rook betekent in dit geval niet altijd vuur.

    AI die AI controleert

    Hiermee komen we tot het punt dat ik wil maken. We gebruiken AI als hulp voor het maken van samenvattingen, stellen van vragen en vele andere zaken. Vervolgens laten we dezelfde AI die teksten controleren. Die uitkomst wordt gebruikt om iets te zeggen over de betrouwbaarheid of authenticiteit van de schrijver. Maar wie controleert hier nu eigenlijk?

    Pangram legt uitgebreid uit hoe zijn programma werkt. Het bedrijf beschrijft hoe het model wordt getraind met verschillende teksten en hoe het vervolgens patronen kan herkennen. Volgens Pangrams eigen tests is het percentage menselijke teksten dat ten onrechte als AI wordt aangemerkt erg klein. Al met al blijft het een voorspelling met foutmarges.

    In de recente berichten wordt immers niet aangegeven vanaf welk percentage journalisten stukken als AI-stukken markeren. Daarnaast is niet te achterhalen hoe het schrijfproces is verlopen. Hoeveel prompts zijn er gebruikt? Was de eerste versie een menselijke versie? Heeft AI alleen de spelling gecontroleerd? Of heeft een taalmodel alles zelf gemaakt en de mens alleen op “post” gedrukt? Het percentage van Pangram vertelt dit verhaal niet. Om die reden is het ongemakkelijk wanneer een score van een computer bijna het gewicht krijgt van feitelijk bewijs over iemand zijn werk.

    Wanneer spreek je zelf?

    Laten we daarom niet beginnen met de vraag wie er AI mag gebruiken. Die discussie zijn we inmiddels voorbij, er zijn vele sectoren waar AI dagelijks wordt gebruikt en succesvolle toepassingen kent.

    Ik werk zelf dagelijks met deze technologie en zie hoeveel er mogelijk is. AI kan helpen om de gigantische hoeveelheid informatie die dagelijks op mij afkomt te verwerken, argumenten naast elkaar te zetten, structuur aan te brengen of een tekst kritisch tegen het licht te houden.

    De vraag die wij onzelf moeten stellen is dan vooral:

    Wanneer spreek je zelf?

    Eenvoudige aanpassingen zoals spellingscontrole maken een bericht of verhaal niet ineens het verhaal van AI. Maar er is wel een grens, maar waar? Die vraag is voor iedereen relevant; AI zal steeds meer en meer zichtbaar worden in ons dagelijks gebruik.

    Transparantie en eerlijkheid

    Alles in communicatie staat of valt met transparantie en eerlijkheid. Geef aan wanneer je wat hebt gebruikt en met welke reden. Op basis van die informatie kan de ander zelf een oordeel vormen. Wat er nu gebeurt is, is vooral moddergooien zonder fatsoenlijk wederhoor of juiste feiten.

    Hetzelfde geldt overigens voor degene die het AI-gebruik onderzoekt. Welk programma is gebruikt? Hoe betrouwbaar is dat programma? Welke beperkingen zijn er aan het onderzoek? Maar vooral: is de auteur in de gelegenheid geweest om hierop reactie te geven?

    Wat is waarheid?

    Daarmee is de tweeduizend jaar oude vraag weer relevant. Een vers eerder spreekt Christus Zelf over waarheid:

    “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou.”

    Voor een christen krijgt deze vraag een diepere betekenis. Waarheid wordt niet bepaald door de overtuigingskracht van een tekst, door het aantal keren dat mensen het delen of door het percentage dat een programma op het scherm zet.

    De burgemeester riep ons op scherp te blijven op feiten en waarheid. Binnen enkele maanden blijkt hoe terecht die waarschuwing was.

    Laten we daarom niet alleen steeds betere systemen bouwen die proberen te achterhalen of iets echt is. Laten wij vooral zelf weer duidelijker durven zeggen hoe iets tot stand is gekomen. Wees weer eerlijk naar elkaar en laat De waarheid spreken.

    P.S. je begrijpt dat bovenstaande volledig uit mijn eigen vingers komt.

  • Lampegietersavond: licht dat verbindt

    Lampegietersavond: licht dat verbindt

    Het is bijna 14 september. De ‘echte Veense’ inwoner weet vanuit de traditie waar het dan weer tijd voor is: Lampegietersavond. Een schitterende traditie waarin geschiedenis en tegenwoordige tijd samenkomen. Vele honderden kinderen lopen verkleed en met een lampion in een optocht door de straten van Veenendaal.

    De ontstaansgeschiedenis van deze traditie is niet helemaal helder. Er gaan verhalen rond waarin een link wordt gelegd met het feest van Lambertus, een beschermheilige van onder andere wevers, dat rond de achttiende eeuw ook met Veenendaal verbonden raakte. Een andere verklaring is dat deze periode samenvalt met het korter worden van de dagen, waardoor arbeiders weer bij lamplicht moesten gaan werken. Wat in ieder geval vaststaat, is dat Lampegietersavond is uitgegroeid tot een belangrijke Veenendaalse traditie.

    In een tijd waarin steden steeds meer op elkaar gaan lijken, is het waardevol dat Veenendaal haar eigen gebruiken en tradities blijft behouden. Tradities verbinden immers generaties. Opa en oma kennen Lampegietersavond, ouders hebben zelf meegelopen en zien nu hun eigen kinderen hetzelfde doen. Niet alles wat oud is, is per definitie goed, maar wat waardevol is ontvangen, hoeven we ook niet achteloos weg te gooien.

    Daarnaast is het feest verbonden met werken en ondernemen. Achter Lampegietersavond ligt een geschiedenis van arbeiders, onder wie wolkammers, winkels en andere bedrijvigheid, die nauw verweven was met het gezins- en dorpsleven. Het is daarmee ook een prachtig voorbeeld van gemeenschapszin.

    Wat te denken van het Lampegietersfeest in 1941, waarbij vaderlandse liederen werden gezongen als protest tegen de Duitse bezetter? Zeven Veenendalers werden opgepakt en naar Kamp Amersfoort gebracht. Daarmee heeft dit feest zelfs een plaats gekregen in onze lokale geschiedenis van vrijheid en verzet.

    Voor ons als christenen kan het feest ook heenwijzen naar het Licht van de wereld. ‘Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien’, schrijft Jesaja. Juist met die gedachte, kijkend naar al die lampionnen en lichtjes, ligt er een veel grotere boodschap waarnaar we mogen verwijzen.

    Tegelijk kan het pijn doen om te zien dat het bredere festival in Veenendaal het thema ‘Ontmoet de wereld’ draagt, waarbij muziek en activiteiten samenkomen die lang niet altijd heenwijzen naar hét Licht der wereld. Juist dan is het goed om ons af te vragen welk licht wij zelf willen laten zien.

    En laat het nu zo zijn dat het aanstaande zaterdag óók Open Monumentendag is in Veenendaal. Een mooie gelegenheid om eens een van de historische kerken van Veenendaal te bezoeken en stil te staan bij de christelijke geschiedenis van onze stad. Niet om ons van de wereld af te keren, maar juist om te laten zien waar het ware Licht te vinden is.

    Al met al worden de dagen weer korter en hebben we licht nodig om in de komende maanden onze weg te kunnen vinden. Laat daarom vooral uw licht schijnen deze komende week.

  • Goede besluiten beginnen met perspectief

    Goede besluiten beginnen met perspectief

    Wanneer een probleem op tafel ligt en er een besluit genomen moet worden, denk ik vaak direct in de oplossing. Op dat moment moet er wat gebeuren en de neiging is vaak: oplossen!

    Maar goede besluiten nemen begint juist niet meteen met de oplossing, maar met het kijken naar perspectief.

    Dat betekent dat je niet alleen kijkt naar wat logisch is binnen je eigen kaders. Je probeert ook te begrijpen wat dit betekent voor andere mensen, welke feiten er zijn, wat de gevolgen van de beslissing zijn en of het wel uitvoerbaar is?. Vergeet daarbij ook niet te kijken naar het scenario “niets doen”.

    “Besluitenvierhoek”

    Voor mij helpt het om een besluit als een vierkant te bekijken. Vanuit de mensen, de feiten, de gevolgen en de uitvoerbaarheid. Mensen. Wie merkt iets van deze keuze? Welke ervaring, zorg of oplossing zien zij die ik zelf misschien niet direct zie? Feiten. Welke informatie is betrouwbaar, wat weet ik (nog) niet en welke aannames heb ik? Gevolgen. Wat verandert er morgen, maar ook over een jaar? En voor wie pakt een keuze anders uit dan bedoeld? Uitvoerbaarheid. Is dit in de praktijk te organiseren? Zijn tijd, kennis en middelen (in de breedste zin van het woord) aanwezig om het besluit waar te maken?

    Deze vier kanten vormen zelden een directe richting naar de oplossing. Wel helpen ze om niet te snel te denken dat het antwoord al vaststaat. Het is een methode om uit je eigen patroondenken te komen en laat andere kanten zien die je eerder wellicht niet zag.

    Ruimte voor een beter gesprek

    In het dagelijks leven, of dat nu bestuurlijk, politiek of in het privéleven is, zijn besluiten vaak ingewikkeld. Dit komt door de vele belangen en verschillende perspectieven die er zijn. Maak juist op zulke momenten ruimte voor verschillen. Niet om de veilige weg te kiezen en dan maar geen besluit te nemen, maar om beter te begrijpen welke richting het beste is. Om ruimte te geven aan de ander en de situatie. De uiteindelijk gekozen richting kan nog altijd vanuit je huidige perspectief komen, iets wat je vooral al had bedacht als oplossing. Maar dit zorgt er juist voor dat je keuze en besluit goed uit te leggen zijn en bovenal, op dat moment, als een goed besluit genomen kan worden.

    Dit alles vraagt soms om afstand, om te vertragen, een extra vraag te stellen of te luisteren naar iemand die vanuit een ander perspectief kijkt. En om helder te zijn over de afweging die uiteindelijk wordt gemaakt.

    Een beginpunt

    Een goed bestuurlijk besluit begint niet met actie, maar met het perspectief om de juiste vraag te kunnen stellen.